Handhaving en toezicht houtstook 

 

Toezicht en handhaving zijn middelen waarmee een gemeente naleving van wettelijke regels kan bevorderen en zo nodig kan afdwingen.


Bij houtstook gaat het bijvoorbeeld om toezicht op naleving van regels uit het omgevingsplan, het opleggen van waarschuwingen of het inzetten van bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten.


Toezicht en handhaving vormen echter niet het begin van het juridische besluitvormingsproces, maar het eindpunt daarvan.


Handhaving begint niet bij handhaving

Bij discussies over houtstook ligt de aandacht vaak direct op maatregelen, toezicht en handhaving.


Juridisch gezien gaat daar echter een aantal stappen aan vooraf.


Voordat een gemeente kan beoordelen hoe zij wil handhaven, moet eerst worden vastgesteld of aan de juridische randvoorwaarden voor overheidsingrijpen is voldaan. Vervolgens moet worden beoordeeld of daadwerkelijk een juridisch bruikbaar instrument beschikbaar is.


Pas daarna ontstaat de vraag hoe toezicht en handhaving kunnen worden ingericht.


Juridische randvoorwaarden gaan vooraf aan instrumenten


Voor ieder overheidsoptreden gelden algemene juridische randvoorwaarden.

Daarbij gaat het onder meer om vragen als:

  • is het besluit zorgvuldig voorbereid;
  • zijn de relevante feiten vastgesteld;
  • zijn minder ingrijpende alternatieven onderzocht;
  • is de maatregel evenredig;
  • is de maatregel voldoende onderbouwd.

Deze vragen worden behandeld onder Juridische randvoorwaarden.


Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, komt een gemeente niet toe aan de inzet van instrumenten.



Instrumenten kennen eigen voorwaarden

Ook wanneer aan de algemene juridische randvoorwaarden wordt voldaan, betekent dit niet automatisch dat een instrument kan worden ingezet.


Ieder juridisch instrument kent eigen toepassingsvoorwaarden en beperkingen.


Daarom moet afzonderlijk worden beoordeeld of een specifiek instrument in een concrete situatie juridisch toepasbaar is.


Deze vragen worden behandeld onder Juridische instrumenten.


Wanneer geen juridisch toepasbaar instrument beschikbaar is, komt een gemeente evenmin toe aan toezicht en handhaving.


De rol van beleidsdocumenten en handreikingen


Gemeenten maken regelmatig gebruik van beleidsdocumenten, handreikingen en routeplannen.


Documenten zoals de SLA Routewijzer Houtstookoverlast en de Blauwdruk Handhaving Houtstook beschrijven vooral beschikbare instrumenten, beleidsopties, uitvoeringsmogelijkheden en handhavingsroutes.


Deze documenten kunnen gemeenten ondersteunen bij de inrichting van toezicht en handhaving.


De ontbrekende juridische vraag


Voordat toezicht en handhaving aan de orde komen, moet echter eerst een andere vraag worden beantwoord.

Namelijk of een gemeente daadwerkelijk aan de juridische voorwaarden voor inzet van de voorgestelde instrumenten kan voldoen.

Dat betreft zowel:

  • de algemene juridische randvoorwaarden voor overheidsingrijpen;
  • als de specifieke voorwaarden die voor een bepaald instrument gelden.

Deze voorafgaande juridische beoordeling wordt in beleidsdocumenten en handreikingen doorgaans niet afzonderlijk uitgewerkt.

Daardoor blijft de vraag bestaan of een gemeente in een concrete situatie daadwerkelijk tot inzet van deze instrumenten en daarmee tot toezicht en handhaving kan overgaan.


Waarom dit onderscheid belangrijk is


Het bestaan van een instrument betekent niet automatisch dat het instrument ook juridisch kan worden toegepast.


Evenmin betekent een beschreven handhavingsroute automatisch dat een gemeente juridisch tot handhaving kan overgaan.


De juridische beoordeling van de randvoorwaarden gaat altijd vooraf aan de keuze voor een instrument. De beoordeling van het instrument gaat vervolgens vooraf aan toezicht en handhaving.


Deze volgorde vormt een essentieel onderdeel van zorgvuldig bestuur.



Conclusie


Toezicht en handhaving vormen het sluitstuk van gemeentelijk beleid.


Toezicht en handhaving vormen het sluitstuk van gemeentelijk beleid. Zij zijn bedoeld om naleving van beleidsregels af te dwingen.


Beleidsregels zijn op hun beurt geen doel op zichzelf, maar een middel om een beleidsdoel te bereiken.


Daarom moet niet alleen worden beoordeeld hoe een beleidsregel kan worden gehandhaafd, maar eerst of die beleidsregel zelf voldoet aan de wettelijke randvoorwaarden voor overheidsoptreden. Pas wanneer die vraag bevestigend kan worden beantwoord, ontstaat de vraag welke instrumenten beschikbaar zijn en hoe toezicht en handhaving kunnen worden ingericht.


De vraag hoe moet worden gehandhaafd komt daarom pas aan de orde nadat de vraag is beantwoord óf handhaving juridisch mogelijk is.




FAQ handhaving en toezicht

Welke vraag gaat vooraf aan de keuze voor toezicht en handhaving?

De voorafgaande vraag is of een gemeente daadwerkelijk beschikt over een juridisch toepasbaar instrument. Pas wanneer die vraag bevestigend kan worden beantwoord, ontstaat de vraag hoe toezicht en handhaving kunnen worden ingericht.

Waarom is de vraag of handhaving mogelijk is iets anders dan de vraag hoe handhaving wordt ingericht?

De vraag óf handhaving mogelijk is, betreft de juridische grondslag voor overheidsoptreden. De vraag hoe handhaving wordt ingericht, betreft de uitvoering daarvan. Juridisch gezien gaat de eerste vraag altijd vooraf aan de tweede.

Waarom beschrijven veel beleidsdocumenten vooral instrumenten en handhaving?

Beleidsdocumenten zijn vaak gericht op uitvoeringsmogelijkheden, beschikbare instrumenten en handhavingsroutes. De beoordeling of aan de juridische voorwaarden voor inzet van die instrumenten wordt voldaan, vindt doorgaans buiten deze documenten plaats.