De evenredigheidstoets nieuwe stijl is de bestuursrechtelijke toets die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 2022–2023 zwaarder laat meewegen bij besluiten en regelgeving van overheden.
De toets volgt uit:
Binnen deze toets moet het bevoegd gezag motiveren:
Daardoor zijn gemeenten verplicht om beleidsmaatregelen inhoudelijk en feitelijk uitgebreider te onderbouwen dan voorheen.
Bij houtstook speelt de evenredigheidstoets vooral een rol wanneer gemeenten maatregelen willen invoeren met een:
De toets verlangt daarbij dat gemeenten onder meer kunnen onderbouwen:
Daarbij speelt ook de vraag in hoeverre lokale omstandigheden, causaliteit en feitelijke meetbaarheid voldoende kunnen worden vastgesteld.
Binnen de huidige bestuursrechtelijke lijn spelen onder meer de volgende voorwaarden een belangrijke rol:
Ook moet beleid voldoende voorspelbaar en juridisch toetsbaar zijn voor burgers.
Wat betekent “geschikt, noodzakelijk en evenwichtig”?
Geschikt
Een maatregel moet aantoonbaar kunnen bijdragen aan het doel dat wordt nagestreefd.
Noodzakelijk
Gemeenten moeten motiveren waarom minder beperkende alternatieven onvoldoende zouden zijn om hetzelfde doel te bereiken.
Evenwichtig
De gevolgen van maatregelen moeten in redelijke verhouding staan tot:
Binnen gemeentelijk houtstookbeleid speelt lokale onderbouwing een belangrijke rol bij:
Daarbij ontstaat juridisch de vraag in hoeverre generieke maatregelen voldoende gekoppeld kunnen worden aan aantoonbare lokale situaties en concrete lokale effecten.
Ook speelt de vraag welke indicatoren juridisch en feitelijk bruikbaar zijn voor beoordeling, motivering en handhaving.
Wat betekent dit voor gemeentelijk houtstookbeleid?
Binnen houtstookbeleid betekent de evenredigheidstoets dat gemeenten maatregelen niet alleen bestuurlijk wenselijk moeten achten, maar ook juridisch en feitelijk moeten kunnen onderbouwen.
Daarbij ontstaat vooral discussie wanneer beleid:
De evenredigheidstoets verlangt in zulke situaties een zwaardere motivering van:
De evenredigheidstoets nieuwe stijl verlangt van gemeenten dat maatregelen rond houtstook zorgvuldig, feitelijk en juridisch worden onderbouwd. Gemeenten moeten daarbij kunnen motiveren dat maatregelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig zijn en dat beleid voldoende uitvoerbaar, handhaafbaar en lokaal onderbouwd is.
Bij maatregelen met een generiek of dwingend karakter ontstaat daardoor een zwaardere motiveringsplicht rond proportionaliteit, lokale causaliteit, meetbaarheid en juridische voorspelbaarheid.