Gebiedsgerichte maatregelen en maatwerkregels: wetstechnische kaders en geografische motivering


Binnen het stelsel van de Omgevingswet hebben gemeenten de bevoegdheid om via decentrale maatwerkregels specifieke voorschriften of beperkingen vast te leggen voor aangewezen geografische gebieden. In diverse beleidsdiscussies wordt overwogen om via dit instrument gebiedsgerichte houtstookrestricties — zoals houtrookvrije zones of stookverboden in nieuwbouwwijken — in te voeren.


Een systematische bestuursrechtelijke en Europeesrechtelijke analyse laat zien dat gebiedsgericht maatwerk stringente eisen stelt aan lokale onderbouwing, geografische causaliteit en proportionaliteit, waardoor dit instrument in de praktijk op fundamentele juridische grenzen stuit.


De specifieke motiveringsplicht voor lokaal maatwerk


Binnen het stelsel van de Omgevingswet hebben gemeenten de bevoegdheid om via decentrale maatwerkregels specifieke voorschriften of beperkingen vast te leggen voor aangewezen geografische gebieden. In diverse beleidsdiscussies wordt overwogen om via dit instrument gebiedsgerichte houtstookrestricties — zoals houtrookvrije zones of stookverboden in nieuwbouwwijken — in te voeren.


Een systematische bestuursrechtelijke en Europeesrechtelijke analyse laat zien dat gebiedsgericht maatwerk stringente eisen stelt aan lokale onderbouwing, geografische causaliteit en proportionaliteit, waardoor dit instrument in de praktijk op fundamentele juridische grenzen stuit.


De specifieke motiveringsplicht voor lokaal maatwerk


Binnen het stelsel van de Omgevingswet hebben gemeenten de bevoegdheid om via decentrale maatwerkregels specifieke voorschriften of beperkingen vast te leggen voor aangewezen geografische gebieden. In diverse beleidsdiscussies wordt overwogen om via dit instrument gebiedsgerichte houtstookrestricties — zoals houtrookvrije zones of stookverboden in nieuwbouwwijken — in te voeren.l


Een systematische bestuursrechtelijke en Europeesrechtelijke analyse laat zien dat gebiedsgericht maatwerk stringente eisen stelt aan lokale onderbouwing, geografische causaliteit en proportionaliteit, waardoor dit instrument in de praktijk op fundamentele juridische grenzen stuit.


Conclusie

De bestuursrechtelijke analyse laat zien dat emissiegerelateerde hinder door particuliere houtstook binnen het wettelijke stelsel primair behoort tot het domein van de Omgevingswet. Wanneer vergelijkbare emissievraagstukken via de APV worden gereguleerd, ontstaan fundamentele spanningen met de bevoegdheidsverdeling, de omgevingsrechtelijke waarborgen en de systematiek van hogere regelgeving.


Daarnaast vormen het ontbreken van objectieve emissienormen en de beperkte mogelijkheden voor perceelgerichte bewijsvoering fundamentele beperkingen voor bestuursrechtelijke handhaving via de APV-route.